21.06.2022 - Thomas Lehr

Wat een « berenmarkt » betekent


Wat een « berenmarkt » betekent

Aandelen staan onder druk - wereldwijd. Ook de Amerikaanse markt is door een veelbetekenende grens gebroken. Maar er is ook goed nieuws.

Het beursjaar 2022 is veelbelovend van start gegaan. Op de allereerste handelsdag noteerde de S&P 500 de hoogste slotkoers in haar geschiedenis op 4.796,56 punten. Voor de meeste beleggers was dat echter alles wat er tot dusver positief te melden viel over het jaar.

Sinds 3 januari is, met uitzondering van de energiegrondstoffen, zowat alles wat in een portefeuille kan worden gestopt, gedaald. Ongeacht of de portefeuille vol obligaties zit, d.w.z. eerder defensief georiënteerd is, dan wel gevuld is met veel aandelen en dus meer offensief gepositioneerd is - in principe zullen alle beleggers in de eerste helft van het jaar waarschijnlijk te maken krijgen met min of meer aanzienlijke verliezen.

Omdat de min van de S&P 500 met de slotkoers van 13 juni (3.749,63) opliep tot meer dan 20 procent, bevindt de Amerikaanse aandelenmarkt zich nu "officieel" in een zogenaamde "bear market". Voordien, d.w.z. tot aan deze verliesdrempel, kon men nog van een "correctie" spreken. Maar verandert dat iets? In de stemming van de beleggers - of in de langetermijnvooruitzichten voor de kapitaalmarkt? Laten we het stap voor stap doen...

Alle prijzen stegen - tot ...

Rentevoeten zijn de zwaartekracht van de financiële markten. Hoe lager het rendement op (risicovrije) obligaties, hoe meer beleggers geneigd zijn op zoek te gaan naar alternatieven. Bovendien heeft een lage rentevoet gevolgen voor de waardering van beleggingen. Hoe lager de rente , hoe hoger de waarde van toekomstige inkomsten, zoals onroerend goed of bedrijfsinvesteringen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat door de steeds lagere rentevoeten de prijs van bijna alles wat geschikt is als belegging, de laatste jaren is gestegen.

Sinds enkele maanden werkt dit mechanisme in omgekeerde richting. Zoals bekend is de boosdoener de inflatie, waarvan de centrale banken lange tijd dachten dat deze slechts van tijdelijke aard was. Juist daarom reageerden zij slechts zeer aarzelend. Hoewel de inflatie in de eurozone nu meer dan 8 procent bedraagt, kondigde de ECB vorige week nog aan dat zij de rente in juli zou verhogen - voor het eerst sinds 2011. Met een kwart procentpunt. Voor de depositorente gaat het van -0,5 tot -0,25 procent, met andere woorden: min nul komma twee vijf procent.

Als beleggers nu "bezorgd" zijn dat de centrale banken de rente sneller zouden kunnen verhogen, dan moet men zich afvragen of dit het probleem werkelijk groter of eerder kleiner maakt. Ja, vooral in de eurozone is men bezorgd dat een te sterke renteverhoging de toch al kwetsbare economie zou kunnen verstikken en tot een recessie zou kunnen leiden.

Maar als de vraag groter is dan het aanbod en de inflatie aanjaagt, dan zou een dalende vraag mogelijk een deel van de oplossing kunnen zijn. Zelfs als de rente duidelijker zou stijgen, zou dit aanvankelijk op de obligatiemarkten blijven wegen en zouden de aandelen onder druk blijven staan. Maar dat zou een momentopname zijn. Voor degenen met een beleggingsstrategie op lange termijn zou het vooruitzicht van een succesvolle bestrijding van de inflatie goed nieuws zijn!

Al bij al is de situatie voor ons veel minder verwarrend dan krantenkoppen als "obligatiecrash" of " berenmarkt voor aandelen" zouden doen vermoeden. Zowel de obligatie- als de aandelenmarkten hebben veel heftiger gereageerd dan de centrale banken zelf - en hebben dus al veel voorzien.

Betere vooruitzichten op rendement

Alleen al om deze reden is het beter te hopen dan te vrezen dat de centrale banken dit voorbeeld eindelijk zullen volgen. Terwijl de ECB nog maar haar eerste rentestap heeft aangekondigd, is de rente op 10-jarige Bunds sinds augustus 2021 met meer dan 2 procentpunt gestegen. Italiaanse staatsobligaties hebben nu een rente die bijna 3,5 procentpunt hoger ligt dan tien maanden geleden. Dit zijn slechts twee voorbeelden. Uiteraard betekenen deze rentestijgingen gevoelige koersverliezen in een obligatieportefeuille. Men mag evenwel niet uit het oog verliezen dat tegenover deze dalingen nu geheel andere rendementsvooruitzichten staan voor de komende kwartalen en jaren. 

Hetzelfde geldt voor beleggingen op de beurs. De stijgende rentevoeten enerzijds en de steeds somberder stemming van de laatste maanden anderzijds hebben de waardering van aandelen veel aantrekkelijker gemaakt. Dit is wellicht een schrale troost voor een belegger die vandaag naar zijn portefeuille kijkt. Maar als het op geld beleggen aankomt, is de sleutel een beleggingshorizon op lange termijn. Daarom is geduld zo belangrijk. Maar dat niet alleen.

Omdat kortetermijnschommelingen de prijs zijn van een reëel kapitaalbehoud op lange termijn, moeten beleggers vooral voldoende weerbaarheid hebben tegen de emotionele verleiding om weg te springen als de wind van voren waait. De krantenkoppen over de berenmarkt die sinds half juni de ronde doen, kunnen deze verleiding aanwakkeren en hebben zeker een effect op sommige beleggers. Een blik op de statistieken kan hier echter helpen. Het nieuws van de berenmarkt is niet zo slecht als het op het eerste gezicht klinkt.

Wat de statistieken "zeggen

Ten eerste, op het moment dat je zeker weet dat je in een dalende markt zit, is het ergste al voorbij. Sinds de tweede wereldoorlog is dit al de 15e bearmarkt. Dergelijke fasen zijn dus niet zeldzaam en kosten gemiddeld ongeveer 30 procent. Momenteel staat de S&P 500 al 21,8 procent onder het hoogtepunt van 3 januari. Bovendien, als de grens van -20 procent eenmaal is bereikt, gaat het meestal snel. Gemiddeld duurt een berenmarkt, zodra hij officieel is bevestigd, nog "slechts" 3 maanden.

Degenen die zich hierdoor niet getroost voelen, kunnen optimistisch zijn over de vooruitzichten. Een jaar nadat de drempel van -20 procent was bereikt, was de S&P 500 weer gemiddeld 18 procent gestegen, en de mediaan was zelfs 23 procent hoger. Dat zijn in ieder geval statistisch significant betere vooruitzichten dan op enig ander moment sinds de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1945 bedraagt het gemiddelde rendement van de S&P 500 over 365 kalenderdagen immers slechts 9,9 procent.

 

JURIDISCHE INFORMATIE

Dit document dient onder meer als marketingmateriaal.

De informatie in dit document en de meningen die erin worden geuit, weerspiegelen de standpunten van Flossbach von Storch Invest S.A. op het moment van publicatie en kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Informatie over toekomstgerichte uitspraken weerspiegelt de opvattingen en toekomstverwachtingen van Flossbach von Storch Invest S.A. Desalniettemin kunnen de feitelijke ontwikkelingen en resultaten aanzienlijk afwijken van de verwachtingen. Alle informatie is met zorg samengesteld. Er kan echter geen garantie worden gegeven voor de juistheid en volledigheid. De waarde van een belegging kan dalen of stijgen en het is mogelijk dat u het geïnvesteerde bedrag niet terugkrijgt.

In het verleden behaalde resultaten zijn geen betrouwbare indicator voor toekomstige resultaten.

Dit is geen aanbod om effecten te kopen of erop in te schrijven. De informatie en de schattingen in dit document vormen geen beleggingsadvies. De waarde van elke belegging kan dalen of stijgen en het is mogelijk dat u het ingelegde bedrag niet terugkrijgt. Voordat u een mogelijke investering doet, moet u met uw adviseur overleggen.

De informatie is onderworpen aan copyright, handelsmerk en industriële eigendomsrechten. Vermenigvuldiging, distributie, het beschikbaar stellen voor het ophalen of het online beschikbaar stellen van de video (overdracht naar andere websites), geheel of gedeeltelijk, in gewijzigde of ongewijzigde vorm, is alleen toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van Floosbach von Storch Invest S.A.. De omvang van de toestemming moet dan in acht worden genomen en er moet worden verwezen naar de herkomst van de reproductie en de rechten van Flossbach von Storch Invest S.A.

© 2023 Flossbach von Storch . Alle rechten voorbehouden .